Misleiding en onderscheid in de christelijke gemeente Datum: 07-04-2006
In 1 Kronieken 12: 32 lezen wij over de zalving van de afstammelingen van Issaschar. De leden van deze stam van het volk Israël hadden een speciale zalving om de ‘tijden en seizoenen te kennen zodat Israël wist wat het moest doen’.
Uit dit gedeelte kunnen wij opmaken dat als wij willen weten hoe wij als gelovigen moeten handelen, het noodzakelijk is om te weten in welk geestelijk seizoen wij leven. Naar mijn overtuiging is een belangrijk kenmerk van de tijd waarin wij als Nederlandse gemeente nu leven het kenmerk dat wordt beschreven in Amos 7:7-9, en in Maleachi 3:3. Net als in het geestelijke seizoen dat wordt beschreven in Maleachi is nu een sterke verwachting van een grote doorbraak van Gods kracht en Heerlijkheid.
Maar deze komende doorbraak betekent ook dat er een intensieve loutering zal plaatsvinden, van de ‘zonen van Levi’, of wij dit nu leuk vinden of niet. De zonen van Levi zijn een beeld van de gemeente en van haar leiders. Het geestelijke seizoen beschreven in Amos 7 houdt in dat God nu een paslood aanlegt in Zijn volk (in de NBV is paslood om onbegrijpelijke redenen vertaald met loden voorwerp of loden last). Een paslood heeft de functie van een waterpas. In de tijd van het oude testament hield men een paslood naast een gebouwde muur. Met behulp van het paslood kon men vaststellen of die muur recht was of niet. Een muur die niet recht was werd weer helemaal neergehaald, hoeveel tijd en moeite het ook had gekost om die muur te bouwen.
Op dezelfde manier kondigde God in Amos 7 aan dat Hij Zijn paslood naast het geestelijke bouwwerk van het toenmalige Israël ging houden om te kijken of dat bouwwerk recht was. Omdat bleek dit geestelijke bouwwerk niet recht gebouwd was, kondigde God Zijn oordeel over Israël aan.
Voor het volledige artikel, klik hier.
|
|